Onder verschillende namen — tuci, tusi, tucibi of roze cocaïne — duikt er de laatste tijd een opvallend felroze poeder op in het Nederlandse uitgaanscircuit. Het wordt neergezet als exclusieve “elite-drug”, met een prijskaartje en imago dat daarbij past. Maar wat zit er eigenlijk in, en waarom is juist de onvoorspelbaarheid van dit middel zo’n groot risico?
Wat is tuci eigenlijk?
Ondanks de naam “roze cocaïne” bevat tuci in Nederland vrijwel nooit daadwerkelijk cocaïne. Het is een verzamelnaam voor een poedermengsel dat oorspronkelijk uit Colombia komt en meestal bestaat uit een combinatie van:
- Ketamine — verantwoordelijk voor het verdovende, dissociatieve gevoel.
- MDMA — zorgt voor het euforische, “warme” effect.
- Cafeïne — een goedkope, oppeppende vulstof die qua structuur op cocaïne lijkt.
Daarnaast worden er regelmatig andere stoffen aangetroffen, zoals 3-MMC, 2C-B of andere designer drugs. De roze kleur komt simpelweg van toegevoegde kleurstof en zegt niets over wat er daadwerkelijk in het poeder zit.
Waarom tuci extra risicovol is
Bij de meeste drugs weet een gebruiker ongeveer wat te verwachten. Bij tuci is dat structureel niet het geval, om een aantal redenen:
Geen vaste samenstelling. Elke batch tuci kan een andere combinatie en concentratie middelen bevatten. Wat de ene keer een relatief mild effect gaf, kan de volgende keer heel anders uitpakken.
Combinatie van tegenovergestelde werkingen. Ketamine werkt dempend en dissociatief, MDMA juist stimulerend. Die combinatie kan het lichaam zwaar belasten, zeker in hogere doseringen of in combinatie met alcohol.
Onbekende bijmengsels. Omdat het middel niet gereguleerd is, kunnen er onvoorspelbare nieuwe psychoactieve stoffen in zitten waarvan de risico’s nog nauwelijks onderzocht zijn.
Gebruikers melden een breed scala aan effecten: van euforie en een verdoofd, “wegzakkend” gevoel tot verwardheid, misselijkheid, overgeven, duizeligheid en in sommige gevallen volledige black-outs.
Is tuci verslavend?
Omdat tuci een mix is van middelen die stuk voor stuk verslavend kunnen zijn — met name ketamine en MDMA bij regelmatig gebruik — geldt voor tuci hetzelfde risico als voor de afzonderlijke stoffen. Doordat gebruikers vaak niet weten wát ze precies innemen, is het bovendien lastiger om patronen van gewenning en afhankelijkheid tijdig te herkennen bij jezelf.
Wanneer is het tijd om hulp te zoeken?
Signalen die kunnen wijzen op een probleematisch gebruikspatroon zijn onder andere:
- Je gebruikt tuci (of vergelijkbare middelen) steeds vaker, ook buiten uitgaansmomenten om.
- Je merkt dat je meer nodig hebt voor hetzelfde effect.
- Je hebt na gebruik last van langdurige angst, verwardheid of een dip in je stemming.
- Eerdere schrikmomenten (black-out, paniek, fysieke klachten) hebben je gebruik niet veranderd.
Hulp bij GGZ Interventie
Omdat middelen als tuci vaak nieuw en onbekend terrein zijn, ook voor gebruikers zelf, is snel en deskundig advies extra belangrijk. Bij GGZ Interventie kun je zonder wachtlijst terecht voor een intakegesprek, waarna een behandeling op maat wordt opgesteld. Ook wanneer meerdere middelen door elkaar worden gebruikt. De behandeling wordt volledig vergoed vanuit de basisverzekering en is beschikbaar op locaties in Nederland.
Onze behandeling is gericht op volwassenen; wij behandelen geen personen onder de 18 jaar.
Twijfel je over je gebruik?
Nieuwe drugs zoals tuci worden vaak onterecht als “veiliger” of “minder verslavend” gezien omdat ze nog relatief onbekend zijn. Niets is minder waar: juist de onvoorspelbaarheid maakt dit middel risicovol.
Twijfel je over je eigen gebruik of dat van iemand in je omgeving? Neem vrijblijvend contact op: 020 231 00 00 of kijk op ggzinterventie.nl.